Posts tonen met het label psychology. Alle posts tonen
Posts tonen met het label psychology. Alle posts tonen

maandag 3 december 2012

Geluk anno 2012: waar zijn jongeren naar op zoek?



 
"Ik ben gelukkiger dan drie jaar geleden," zegt Silke, "Mijn ouders waren toen aan het scheiden en mijn vader was al ziek. Dat werd te veel. Alles is rustig nu, geen problemen. Ik ben gelukkig." Gemiddeld geven jongeren zichzelf een 7,66 op tien op de geluksbarometer. Dit cijfer stond in het onderzoeksrapport Hip Hip Happy van In Petto, enkele jaren geleden. Maar wat betekent geluk precies voor de huidige generatie? Krax+ sprak enkele openhartige tieners.

 
Door Dominique Verschuren
 
Het welzijn van jongeren. Een hele sector is ernaar ingericht: van jeugdwerk tot aan mentale gezondheid. Er worden beleidnota's opgesteld, dure onderzoeken gedaan (die soms in een la verdwijnen), brochures verschijnen met alle info die jongeren moeten weten. En nog is dat niet altijd voldoende. Iedere jongeren in Vlaanderen bereiken is een illusie: zoveel verschillende jongeren in evenveel verschillende omstandigheden en met ieder zijn of haar eigen behoeften. Probeer daar maar eens op in te spelen.

Wat hier volgt is een vrijblijvende steekproef. Enkele jongeren die vertellen over hun geluksfactoren, hun behoeften en hun toekomstperspectieven. Welzijn lijkt een containerbegrip. In dit artikel krijgt de term een gezicht door individuele verhalen. Misschien niet altijd verhalen die letterlijk voor duizenden leeftijdgenoten gelden, maar die zeker wel op een hoger niveau representatief zijn voor jongeren anno 2012.
 
Het gehoor dat ik krijg
 
Silke (16 jaar): "Het is voor mij belangrijk als ik het gevoel krijg dat ouders en volwassenen naar mij luisteren. Het gevoel dat ik steun krijg. Zodat ik niet het gevoel krijg dat ik tegen muren zit te praten. Mijn ouders kunnen dat gelukkig goed en kunnen mijn mening appreciëren."

Erkenning, een luisterend oor. Jongeren vragen er zelden om. Integendeel. Vaak willen ze er niets van weten. Maar in die ontkenning schuilt de hunkering. Dimitri (17 jaar): "Mijn vader luistert niet: zijn wil is wet. Dat is wel lastig. Op school begint het te beteren. In de lagere klassen nemen ze je niet serieus. Maar nu merk ik dat naarmate je ouder wordt, leraren je meer als volwassenen beginnen te beschouwen en ze je mening willen horen."

Hoe gaat dat precies in zijn werk, praten met ouders? Elke (15 jaar): "Ze zeggen: 'Als er iets is, moet je het altijd zeggen. We luisteren wel als er problemen zijn.' Dat is makkelijk gezegd, natuurlijk, maar ik heb het geluk dat mijn ouders effectief mee helpen naar een oplossing te zoeken. Maar ik zal wel eerst nadenken voordat ik met een probleem bij mijn ouders kom. Ik zeg ook eerder iets tegen mijn mama. Mijn papa is meer een amusante en dan ga ik toch liever naar mijn mama. Wij praten redelijk rustig, zij luistert naar mij en dan bekijken hoe we een probleem kunnen oplossen. Ik heb het gevoel dat ik gehoor krijg."

Het maakt niet uit hoe oud je bent: erkenning wilt iedereen. Er is wel een groot verschil tussen volwassenen en jongeren. Psychotherapeut Wilfried van Craen: "Jongeren weten niet goed wat ze waard zijn. Ze hebben nog weinig ervaring kunnen opbouwen. En juist die ervaring zegt: dit heb jij gerealiseerd, dit ben jij waard. Het enige wat ze hebben is hun sociaal netwerk, studieresultaten, misschien een of andere sport of een hobby waar ze goed in zijn. Verder hebben ze weinig terreinen van zelfrealisatie, terwijl volwassenen dat meestal wel hebben via hun werk. Dus wat ze waard zijn, laten jongeren helaas heel erg afhangen van wat anderen van hun denken."

Die anderen zijn vaak vrienden, maar niet alleen vrienden. Ook de ouders spelen hierin een cruciale rol. De hunkering naar erkenning van ouders krijgt een compleet andere dimensie als een van hen er niet meer is. Silke: "Het is een jaar geleden gebeurd. Mijn vader was ziek, lag altijd in bed. Dat contact is altijd verminderd. Maar nu mis je die wel. Achteraf hoop je dat het contact steviger was gebleven. In het begin was ik wel ongelukkig. De klas wist totaal niet hoe ze moest reageren. Eerst zwegen ze erover en dan voel je je nog meer alleen. Maar nu is dat oké. Op school is daar even over gesproken, bij godsdienst, toen ik er niet was, maar eigenlijk verder is er door leraren nooit over gesproken. Dat hoefde voor mij ook niet, want dan kom je toch alleen maar negatief in de aandacht."

Dat neemt niet weg dat het contact tussen ouders en kinderen een evenwichtsoefening is. Aandacht van ouders kan een oppepper geven, te veel bemoeienis leidt tot frustraties. Met als ultieme inzet de privacy. Dimitri: "Je hebt je eigen leven, en je hebt niet graag dat je ouders zich daarin moeien. Op je eigen kamer moet je je kunnen terugtrekken, op jezelf komen. Vorige week komt mijn moeder binnen om op mijn kamer een grote schoonmaak te doen. 'Nee,' zeg ik, 'dat is mijn kamer, dat is ongeveer de enige plek waarmee je je niet moeit.' Maar toch moest ze haar goesting doordrijven en moest ik toegeven."

Femke (16 jaar): "Ik heb geen eigen kamer, dat stoort me wel. Ik slaap met drie andere zussen op twee grote bedden in een kamer. Dat is niet gezellig, vooral irritant. We hebben één computer en dus veel ruzie om op de computer te kunnen. Als mijn moeder is gaan werken, moet ik thuis blijven om op de kinderen te letten. Ik ben de oudste."
 
Goesting bij iemand anders
 
Elke: "In het begin van dit jaar werd ik een beetje uitgesloten. Ik weet nog altijd niet hoe dat kwam. Dat zal ook te maken hebben gehad met dat het een nieuwe klas was. Er zitten veel mensen tussen met een andere denkwijze. Die zijn bezig met drank, drugs en sigaretten. Ik heb daar liever niet mee te maken."

Omgang in een groep valt jongeren niet altijd mee. Ze toetsen hun eigen referentiekader af aan de gangbare normen in de groep. Afwijzing ligt op de loer en kan hard inslaan op een gebroken ego. Toch zijn er doorzetters die niet snel van hun stuk te brengen zijn. Dimitri: "Ik zou me daar niet van distantiëren, maar juist contact zoeken. Om te zien hoe anderen over sommige dingen denken. Ik denk dat meer en meer jongeren uitgesloten worden. Dat heeft te maken met de sociale structuur. Ook de invloed van de media. Degene met een maatje meer horen er niet bij. Dan zie je op school groepen ontstaan. Jij hoort daarbij of jij hoort daar niet bij. Als je niet in plaatje past, is het niet altijd even gemakkelijk."

Elke: "Pesten komt wel voor, maar vaak zie je het niet. Je ziet wel wat er gebeurt op het schoolplein. Maar je weet amper wat er zich afspeelt in het hoofd van de slachtoffers. De meesten praten daar heel moeilijk over."

Ook als je wel geaccepteerd wordt door een groep betekent dat niet onmiddellijk dat je geluk een boost krijgt. In hun zoektocht naar aansluiting voelen jongeren perfect aan wanneer ze ergens niet thuishoren. Niet eens omdat ze worden uitgesloten, maar omdat ze er gewoon niet thuishoren. Silke: "Eenzaamheid bij jongeren komt wel veel voor, denk ik. Je kunt nog wel bij een groep gaan staan, maar als je er niet echt bij betrokken wordt, sta je eigenlijk alleen." In het In Petto-onderzoeksrapport Connected uit 2011 klonk een gelijkaardige reactie: "Als ik met vrienden op café ga, dan word ik niet echt uitgesloten. Maar zij zeggen dan: 'Wij gaan boven nog eens poolen of een pintje pakken.' Dan heb ik eigenlijk geen goesting om dat te doen en voel je toch een soort van eenzaamheid. Je hebt dan eerder goesting om bij iemand anders te zijn, maar niet bij die personen."
 
Anders tel ik niet mee
 

Flappen liggen op tafel. Het woord 'geluk' in het midden van een blad geschreven. Een vrije associatie. Waarden die na tien minuten zijn te lezen zijn: 'gezondheid', 'een (unieke) kans krijgen', 'ontspannen', 'liefde krijgen', 'familie', 'een goed gesprek', 'muziek', 'jezelf goed voelen', 'lachen'... What about money? Waar zijn de materiële waarden naartoe? Geld, luxe, statussymbolen... tellen die niet meer mee?

Dimitri: "Geld is toch een taboeonderwerp. Als je geld hebt, ben je zogezegd gelukkig. Maar ik ken genoeg mensen die veel geld hebben en toch ongelukkig zijn. Geld is vals geluk. Als je eens veel geld hebt, komen er een heleboel mensen op je af. Is dat geld op, dan zie je ze niet meer." Elke: "Geld zorgt voor een deel voor geluk. Als je heel arm bent, ga je ook niet heel gelukkig zijn. Als je dan geld krijgt, denk je 'yes!', ik kan weer wat meer."

Je realiseert je amper hoe belangrijk welvaart is, als je er geen gebrek aan hebt. Een even fundamentele waarheid als het leven zelf. Toch, als je doorvraagt, beseft ons panel heel goed wat geld kan betekenen om je gelukkiger te maken. Dimitri: "Wij zitten, of zijn er deels uit... Wij zaten in geldnood. Geld wordt dan inderdaad wel belangrijker. Je begint er ook meer op te letten. Niet echt gierig, maar je let er wel op wat je uitgeeft. De materiële aspecten worden minder belangrijk. Als we echt iets nodig hebben, dan halen we het. Maar zonder kunnen we ook. Ik voelde me niet minder vrij zonder dat geld. Mijn ouders zorgden ervoor dat we alles konden doen, wat we wilden doen. We hebben sowieso niet zo heel veel luxueuze dingen gedaan vroeger, zoals zes keer per jaar naar een pretpark gaan. Wanneer het dan tegen zit, mis je dat ook minder snel."

Afgelopen zomer stond in de kranten dat meer en meer jongeren een schuldenlast opbouwen. Het ging met name over 100.000 jongeren tussen 20 en 35 jaar die zodanig veel op krediet leven dat ze hun schuldenberg niet meer konden afbetalen.

Elke: "Ik denk dat mensen enorm onder invloed staan van reclame. Dat ze denken: ik moet dat hebben, anders tel ik niet mee, dan ben ik niets waard." Dimitri is het met haar eens: "Ze promoten ook al die kredietzaken. Mensen raken gemakkelijk gehecht aan de media. Als er echt iets populair wordt, zoals mode of gsm's, dan loopt een paar weken later de halve school daarmee rond. Een paar maanden later is er weer iets anders. Dat wordt dan gepromoot met kredietaanvragen en rentevoeten, tegen zoveel procent na zoveel maanden. En mensen denken dan: dat gaat er nog bij, dat gaat er nog bij... Dat is gewoon niet haalbaar."
 
Silke: "Als ik echt iets nodig heb, zoals kleren, dan krijg ik dat. Geen probleem. Als ik het niet nodig heb, dan betaal ik dat gewoon terug. Het meeste krijgen wij wel. Mijn broer, die is negen, wilt graag spelletjes. Hij heeft er al zo veel. Hij krijgt het dan wel, maar hij moet de helft zelf betalen."
 
Plannen b
 
Dimitri: "Ik zou graag neurochirurgie willen studeren. Je kunt dan mensen helpen, dat geeft voldoening. Er zijn zoveel artsen voor hersenen, maar we weten nog geen tien procent van de hersencapaciteiten. Onderzoek daarnaar doen, lijkt me heel interessant." Op de vraag wie dit gaat betalen, antwoordt Dimitri: "De bedoeling is mijn ouders. Voor zover dat gaat lukken. Mijn broer kan geen hogere studies doen. Het geld dat ze voor hem uitsparen, kunnen ze aan mij spenderen."

De opleiding neurochirurgie betekent absolute focus op een bepaald studieobject. En dat twaalf jaar lang. Dat is een uitzichtloos lange periode als je zestien bent. Dimitri heeft daarom een plan b achter de hand: "Geschiedenis zou een goed vak zijn voor mij. Goede punten en veel interesse. Dat is totaal iets anders dan neurochirurgie, maar ik ben geïnteresseerd in veel verschillende dingen." Dimitri heeft een relatie met Femke. Al tien maanden. Ze blijven bij elkaar, daarvan zijn ze overtuigd. Femke: "Absoluut. Ik wil de verzorging in, maar ook ik heb een plan b, manicure. Dat is een pittige opleiding, heel secuur werk."

De toekomstplannen worden opvallend gedetailleerd op tafel gelegd. Dimitri: "Kinderen daar praten we wel over. Met die lange opleiding zou dat haalbaar moeten zijn. Ik heb dan mijn doctoraat. Je kan dan beginnen werken. Daarna beginnen aan kinderen. Zorgen dat die goed begeleid worden. En als ik al aan het werk ben, kan ik mij verder specialiseren. Zo inplannen dat dat op een redelijke leeftijd gedaan kan worden."

Op de vraag of de jongeren graag naar het buitenland willen om hun horizon te verbreden, zijn de meningen verdeeld. Silke ziet het wel zitten zo'n avontuur: "Ik zou dat wel graag doen. Ik wil graag weten hoe mensen ergens anders leven, daar ben ik wel geïnteresseerd in. Hoe doen ze dat? Ik zou graag een jaartje stage doen. Curaçao boeit me. Een vriendin van mij werkt daar. Die mensen zijn veel bezig met drugs en drugsbestrijding. Ik zou graag willen weten hoe die mensen leven."

Elke: "Over tien jaar ben ik afgestudeerd. Denk ik. Het zal zeker in de richting van economie of marketing zijn. Maar nooit naar het buitenland. Ik zou mijn familie te veel missen. Een nicht van mij is een jaar in Honduras geweest. En haar miste ik al enorm. En dan nog wel naar zo'n land als Honduras, zo'n onveilig land!"

Dimitri: "Ik geef me nu al op voor uitwisselingsprogramma's. Je leert andere culturen kennen. Het geeft je stof tot nadenken." In deze tijden waarin de wereld spreekwoordelijk steeds kleiner wordt, lijkt het steeds gemakkelijker om de wereld af te reizen en om eender welke studie aan te vangen. Toch lijkt voor jongeren die wereld niet altijd even transparant. Dimitri: "De keuzemogelijkheden en indeling van universiteiten hebben we wel gekregen op school. Maar meer dan dat weet je niet. De rest moet je zelf uitzoeken."
 
Jij maakt het verschil (niet)
 
Hoe dan ook, de toekomstdromen gaan uitkomen. Het zal niet gemakkelijk gaan, volgens het panel, maar als je in jezelf gelooft is alles mogelijk. Dimitri: "Als je zelf zegt: dat is het vooropgesteld doel en je kunt dat halen, ik weet wat ik wil bereiken en ik ga ervoor. Dan lukt het." Zelfs de grote Europese crisis, die dagelijks de kranten en de actualiteitrubrieken opvult, kan ze daar niet vanaf brengen. Dimitri: "Van die crisis merken we eigenlijk niet veel tegenwoordig. Oké, je leest wel over faillissement hier faillissement daar, maar voor de rest: de wereld blijft draaien. Je moet je er ook niet te druk om maken om die crisis. Want als je dat doet is alles onmogelijk. Je moet je concentreren op de eigen weg die je moet gaan."

Het bewustzijn rond het milieu lijkt deze generatie met de paplepel ingegoten te zijn. Toch gaat het geloof in een betere wereld er niet automatisch in. Door het gebrek aan een grote beweging lijkt vooruitgang boeken niet vanzelfsprekend. Houden burgers zich wel aan de voorschriften, dan zijn het de grote multinationals die roet in het eten brengen. Elke: "Als er een persoon milieuvriendelijk is, dan is de volgende dat niet meer. Voor een persoon die milieuvriendelijk is zijn er tien miljoen die dat niet zijn. Jij persoonlijk maakt het verschil niet voor de hele planeet."

Silke heeft daarentegen meer vertrouwen: "Ik ben vegetariër. Ik let er wel op. Hoe meer mensen er vegetarisch worden, hoe minder dieren er geslacht worden. Ik denk dat het wel gaat verbeteren in de toekomst. Tien jaar geleden toen je ging eten, zag je niet veel vegetarisch op de menukaart. En nu kom je toch al snel vier, vijf verschillende gerechten tegen. Er gaan zeker meer en meer mensen vegetarisch eten."
 
 
Bronnen

Onderzoeksrapporten Hip Hip Happy en Connected gratis te downloaden op www.inpetto-jeugddienst.be

Dominique Verschuren, "Afwijzing is als een regenbui: vervelend, maar niet traumatisch." Psychotherapeut Wilfried van Craen vertelt over fake bij jongeren, in: Fake Magazine, In Petto, Antwerpen, april 2010, p. 44-47. (Verkrijgbaar op www.inpetto-jeugddienst.be)


zondag 11 november 2012

Look me in the eyes: John Lennon vs Richard Nixon 

Imagine... John Lennon met Richard Nixon
For some years Richard Nixon played a major role in John Lennon's life. Nixon could do with Lennon whatever he wanted to do, like a puppet on a string. Yet he was afraid of the ex-Beatle. While they look so much alike! And then there's that third person who makes this intrigued triangle complete.
 
By Dominique Verschuren
John Lennon
In 1966, John Lennon said the Beatles were more popular than Jesus Christ. Besides burned Beatles records and threats of the Ku Klux Klan, Lennon got the dubious honor of his own FBI file. From the establishment of the FBI in 1924 the zealous director J. Edgar Hoover tried to ensure the state safety as much as possible to collect information of any suspicious person. Lennon's file was not so special, half Hollywood was stored in Washington.           
In October 1968, Lennon was arrested for drug possession. An arrest which brought him in trouble later when he wanted a permanent residence permit for the United States. This drug possession was supposedly the official reason why the U.S. authorities wanted him out of the country in 1972. Of course there was more behind it.
Around 1971 he was no longer that peace guru who laid in bed for world peace only two years before. More and more he began to exchange the soft, utopian ideals for the fierce activism on the streets. Was he doubting about a revolution in 1968 on Revolution, in 1971 he was clear: "Say we want a revolution / We better get on right away / Well you get on your feet / And out on the street / Singing power to the people." So Lennon was more than ever before in the spotlight of Washington. A demonstration in the capital was graced with the slogan "All we are saying is ... get Nixon's ass" on the familiar tune of Give Peace A Chance.
 
In August of that year, John and Yoko went to the United States. Forever. That was the plan.

It's clear that Richard Nixon was definitely one of John Lennon's butts. Maybe he was more concerned about Vietnam or the corrupt system, but Lennon used Nixon's name directly to subside his anger. In Gimme Some Truth: "No shot haired - yellow bellied son of tricky dicky." We're All Water on the political record Some Time In New York City: "There may be not much difference / Between Chairman Mao and Richard Nixon / If we strip them naked." On the cover you can find a photographs of a naked dancing Nixon and Mao, Photoshoped avant-la-lettre. A successful joke which ridiculed Nixon.

Also U.S. government saw that in December 1971. Four months after Lennon had settled in the United States, he joined New Left activists like Jerry Rubin and Abbie Hoffman. On 10 December he performed at a concert for John Sinclair. Sinclair was the leader of the White Panther Party and was sentenced to ten years for selling two joints. A few days after the concert Sinclair was a free man. A sign of Lennon's influence on public opinion? A week later, the former Beatle played a benefit concert for the victims of the riots at Attica Prison three months earlier.

But that was only the start, according to an FBI agent: "February 1972, a confidential source who has furnished reliable information in the past, advised that Lennon had contributed $ 75,000 to a newly Organised New Left group, formed to disrupt the Republican National Convention."[0] Not only financially he supported the opponents of Nixon. John and Yoko jumped on the car across the country. It would be a kind of political Woodstock crossing the United States, eventually ending in August in San Diego. There would Nixon officially chosen as the Republican candidate for the presidential election in November.
 
John Lennon was undoubtedly politically active in this period. Wiener: "Of course nobody wants to be a "politician ", but John, in seeking to mobilize people against Nixon, was certainly doing politics." [1]  Jerry Rubin: "John was more radical than I was in this period. (...) He was angry, really angry. He ranted and raved about the police. (...) He was not political in the sense of being a planner - but emotionally, in his gut reaction, he was very radical: "It's us versus them. '"[2]
The idea of ​​rock 'n' revolution circus across America was soon abandoned. The Department of Immigration and Naturalization wanted to deport Lennon. Based on his British arrest for drugs in 1968. He was being spied and his phone was tapped. Lennon: "Guys would always be standing on the street opposite. If I got into a car they'd get in cars and follow me blatantly. They wanted me to know I was being followed."[3] The day after he had told this story on television, the threats stopped. But Lennon was warned.
Richard Nixon
So far Lennon's side of the story. Why did Richard Nixon hunt the ex-Beatle? The answer is contained in the character of Richard Nixon. "A neurotic insecure and therefore power-hungry man who had no feeling for what was decent and what not in politics." Thus America expert Maarten van Rossem. "From the first months of his first term, he deliberately lied, polarized and tried to undermine the democratic process. All this because he felt insecure and threatened, even once he was president. It seemed as if his power could never be large enough to take his fears away."[4]
           

Despite (or perhaps because) he was the most power full man, Nixon saw himself always as an outsider. He trusted no one and almost everyone was for him a political enemy. In the White House circulated a blacklist with people who get caught, spying or had to be made suspicious. From the spring of 1971 Nixon took every effort to be re-elected in 1972. Beside that the secret bombing of Cambodia were leaked and to be read on front page of The New York Times. To avoid those kinds of leaks, the so-called Pentagon Papers, and other opposition, his staff asked people to install listening devices at strategic locations. They committed also other illegal activities. On 17 June 1972 some of those employees were caught in the headquarters of the Democratic Party, the Watergate building.
 
John Lennon was no exception in Nixon's policies. Wiener: "None of the documents that has been released was sent to or from Richard Nixon himself. But Nixon's chief of staff, H.R. Haldeman, was kept informed about the progress of the FBI's campaign to 'neutralise' Lennon."[5] It was so normal during Nixon's tenure that the president probably just note that decision. Yet there is a special reason why Lennon was so dangerous for the President.
 
For the first time in history eighteen years old youngsters got the right to vote. This resulted in an additional twelve million new votes. The previous years were the worst in history since the American Civil War over a hundred years earlier. The assassinations of John and Robert Kennedy, and Martin Luther King, the Civil Right Movements and the Vietnam War divided the country to the bone. The counterculture, largely represented by baby boomers who were born after World War II, grew steadily. Nixon did not hesitate to November 1972. After his resounding victory from one day to the other he stopped troubling Lennon. (The Naturalization Service Lennon would still continue to fight until 1975 when they verdict in Lennon's favor.)
 
Had Nixon reasons to fear Lennon's political influence or was he again float by his paranoia? We will never know. Now, more than forty years later, the tendency to relativize John's influence is very large. Then, in the late sixties and early seventies, it looked differently according the established order. Wiener: "In 1969, Time magazine wrote that rock was 'not just a particular form of pop, but... one long symphony of protest... basically moral... the proclamation of a new set of values... the anthem of revolution'. The underground press never made a stronger claim. For once, Nixon wasn't being paranoid - or at least his deliriums were shared by others." [6] Lennon was cool, Nixon wasn't. Nixon was the establishment, good enough to be kicked. Dan Richter: "(John) had only to say 'yes' and he could speak to millions of viewers on primetime. We did not feel we belonged to the underground or outsiders. We represented the reality, the politicians, the military and the people that John wanted to kick him out the country were living in a fantasy world alive."[7]
Nixon abused his power on a large scale. Moreover the struggle of a lonely man against a whole bureaucratic apparatus speaks to our imagination. David against Goliath, as you can indicates from the evocative documentary title The U.S. vs. John Lennon. That doesn't mean that Lennon, at the height of his fame and only three years after he lied worldwide on television in bed for peace, certainly could have made a difference. But Nixon won in 1972 with such an overwhelming majority[8] of the democratic opponent McGovern that it is unlikely that Lennon could changed that.
David Frost
Nixon was paranoid, insecure and burdened with an inferiority complex. Nixon was a pit bull who never gave up. Like pearls in the mud his victories shine alongside a preponderance of political defeats. Portraits of him giving an image of a wronged man who often referred to his humble origins. He was raised by a domineering mother who gave him little affection and "a little man," as Richard his father always described. In the background the ruthless Quaker Faith. In Oliver Stone's film Nixon Kissinger says: "Can you imagine what this man would have been, if he'd ever been loved. It's a tragedy, because he has greatness." Someone with more subtle sense for what's going on around him would put a good face on the matter; Nixon continued to deny that he had anything to do with Watergate. Even though John Lennon and Richard Nixon were two complete different personalities, not without reason diametrically opposed to each other, they also had things in common: a persistent craving for confirmation, because in the core they never got the recognition from whom they needed most. As always, even though they had reached the top, they keep staring to the "folks on the hill". For both, it was never enough.
David Frost meets John and Yoko
A few years after the Watergate scandal Nixon got his last shot from the British journalist David Frost. Frost became famous with the famous satirical program That Was The Week That Was. The Beatles were frequent guests in his own talk show. In his own country he was almost as famous as the Fab Four. The Goon Show, The Beatles, Monty Python, David Frost...: a strong tradition of sharp British humor. Hey Jude premiered in his program, John and Yoko played on television their second avant-garde album to Frost, he seriously tried to listen. Frost interviewed a wide variety of politicians and other celebrities, but his highlight he reached was the tour de force with Richard Nixon. About his successes and errors, about foreign policy and about Watergate. Frost asked the former president to make his apology ​​to the American people. And they received it.
 

After a play they also made a film: Nixon/Frost is a bit romanticized, but the core of the interview remained. In an imaginary scene Nixon calls Frost late in the evening. And then follows:
 
Nixon: "Did the snobs there (Cambridge University) look down on you, too? Of course they did. That's our tragedy, isn't it, Mr. Frost? No matter how high we get, they still look down at us."
Frost: "I really don't know what you're talking about."
David Frost confronts Richard Nixon

Nixon: "Yes, you do. Now, come on. No matter how many awards or column inches are written about you or how high the elected office is for me, it's still not enough. We still feel like the little man, the loser they told us we were a hundred times. The smart-asses at college, the high-ups, the well-born, the people whose respect we really wanted, really craved. And isn't that why we work so hard now, why we fight for every inch, scrambling our way up in undignified fashion? (...) We were headed, both of us, for the dirt! A place the snobs always told us that we'd end up. Face in the dust. Humiliated all the more for having tried so pitifully hard. Well, to hell with that! We're not gonna let that happen, either of us. We're gonna show those bums. We're gonna make them choke on our continued success, our continued headlines, our continued awards and power and glory! We are gonna make those motherfuckers choke! Am I right?
Frost: 'You are. Except only one of us can win."[9]
John Lennon can only responds with one answer. He sings in Working Class Hero: "As soon as you're born they make you feel small/ By giving you no time instead of it all/ Till the pain is so big you feel nothing at all." In the first five years of his life Lennon was rejected by his mother and father. He was in the war, his mum was lovely but too young to play a mother. She went out dancing while little John was screaming in his bed. She brought men home which made the sensitive boy even more jealous and insecure. When he was five years old John was taken by his father for a holiday in Blackpool. He had the time of his life. But shortly his mother Julia came. The parents argued about their son. In the end they asked him to choose: his mother or father. John choose his father, Julia disappeared and John started to panic. He ran to his mum and she took him with her back to Liverpool.
During the interview with Frost Nixon admitted he had made mistakes: "I let the American people down. I have to carry that burden with me for the rest of my life."[10] Unprecedented for someone who was known as uncompromising. Millions saw the close up of the face of someone who was signed by his own legacy. Just like John Lennon David Frost understood the power of the media.
 
 
 
But those two British men had more in common: they fought their way to the top starting from a feeling of inferiority. And as a curious triangle they had also much in common with their striking opponent: Richard Nixon, an empty shell which stood as alienated to himself as John Lennon did. Even though they were respectively the most powerful person on the planet and one of the four most beloved young men of modern culture. Although there was a world of difference between them, when Richard Nixon and John Lennon looked at each other, they looked in a mirror.
 


[0] Phil Strongman, John Lennon. Life, Times & Assassination, p. 153.
[1] Jon Wiener, Come Together. John Lennon In His Time, p. 129.
[2] Jon Wiener, Come Together. John Lennon In His Time, p. 178.
[3] Phil Strongman, John Lennon. Life, Times And Assassination, p. 155.
[4] Maarten Van Rossem, De Verenigde Staten In De Twintigste Eeuw, p. 277.
[5] Jon Wiener, John Lennon versus the FBI, in: Elizabeth Thomson and David Gutman ed., The Lennon Companion. Twenty-Five Years Of Comment, p. 194.
[6] Jon Wiener, John Lennon versus the FBI, in: Elizabeth Thomson and David Gutman ed., The Lennon Companion. Twenty-Five Years Of Comment, p. 195.
[7] Philip Norman, John Lennon. De Definitieve Biografie, p. 724.
[8] 46, 7 million people voted for Nixon, 28, 9 miljoen for McGovern. Percentage: 61,8 against 8,2. That means: 520 electors for Nixon, only 17 for McGovern, a historical victory. More details: http://nl.wikipedia.org/wiki/Uitslagen_Amerikaanse_presidentsverkiezingen
[9] Frost/Nixon dvd, 1h 18 min 36 sec.
[10] http://www.youtube.com/watch?feature=endscreen&NR=1&v=PkcZAB4_wd4 (8 min 05 sec)